Interview Olga Commandeur: ‘Bewegen maakt gelukkig’

Het leven van Olga Commandeur staat in het teken van bewegen. Na haar periode als topsporter in de atletiek, bouwde zij aan een maatschappelijke carrière waarin zij mensen helpt het plezier van bewegen te (her)ontdekken. Dit doet ze voor de buis met het programma Nederland in Beweging, maar ook met workshops op ‘beweegpleinen’ door het hele land. Wij vroegen haar: wat beweegt Olga Commandeur?

Kun je je het moment nog herinneren dat je met atletiek begon en je realiseerde: ik heb hier talent voor?
‘Ik ben toen ik dertien was op atletiek gegaan op aanraden van een leraar op de middelbare school. Daar hadden we onderling al kleine wedstrijdjes en die won ik met gemak van mijn leeftijdgenoten. Toen ging ik op een gegeven moment wedstrijdjes doen in de omgeving, bijvoorbeeld in Haarlem op een atletiekbaan. Ook daar won ik! Niet alleen met loopnummers, maar ook met speerwerpen. Vervolgens kreeg ik al vrij snel, ik was 14 of 15, een uitnodiging om bij de landenploeg mee te doen, bij de jeugd. Op de 300m, en speerwerpen! Dus ja, ik mocht gelijk al interland op twee verschillende nummers. Dus dat was de eerste keer dat ik doorkreeg, hier zit iets in.’

Ging dat allemaal met speels gemak, of had je bijvoorbeeld fanatieke ouders die je pushten?
‘Nee, juist helemaal niet! Mijn ouders bewonderden dat alleen maar, ze kwamen weleens bij de trainingen kijken, en bij wedstrijden gingen ze altijd mee. Bij de club was het ook zo relaxed, dat was een kleine vereniging met allemaal jongens en meiden van mijn leeftijd. Mede omdat wij op het sportpark Schoonenberg in IJmuiden geen echte atletiekbaan hadden, waren wij altijd aan het spelen. Dat werd heel goed gedaan in die tijd, ze wisten het echt leuk te maken. Als junior moest je bij wedstrijden ook altijd meerkampen doen. Dat is hartstikke goed, die kinderen lekker breed te laten oriënteren. Je moet niet te vroeg specialiseren.’

Gebruik je dat speelse ook als uitgangspunt voor het maatschappelijke werk dat je nu doet?
‘Terugkijkend ben ik er wel achter gekomen dat het belangrijkste bij sportbeoefening is dat je er plezier in hebt, of het nou op recreatief niveau of topsportniveau is. Want zodra je dat plezier niet hebt, dan wordt het een opgave. Dat heb ik zelf meegemaakt in mijn jeugd met de 800m. Ik had eventjes last van mijn rug, dus ik mocht tijdelijk niet hoogspringen en verspringen. Toen kreeg ik allemaal loopopdrachtjes. Dat ging allemaal heel speels en ik was dan ook stomverbaasd dat ik dat wereldjeugdrecord liep in 1975 en Europees jeugdkampioene werd. Daarna ben ik geblesseerd geraakt. Ik zat al wel in de selectie van de Olympische Spelen van ’76, maar ik zat ondertussen aan het eind van de puberteit en flink in de groei, dus ik werd een beetje zwaarder. En toen wilden ze me toch klaarstomen voor die Olympische Spelen: ik kreeg een stopwatch en een trainingsschema in mijn handen gedrukt. Het werd ineens een stuk serieuzer, en daar werd ik heel onzeker van. Ik voel het nu nog: ik stond aan de start, liet mijn schouders hangen en keek naar die grote Oost-Duitse meiden en dacht: wat zien ze er sterk uit! Ik was al geïntimideerd bij de start en had niet meer dat overtuigende van vroeger om daar voorbij te gaan. Dus daarvan heb ik wel geleerd: doe nou gewoon iets waar je plezier in hebt!’

Olga Commandeur bij de Olympische Zomerspelen in 1984 in Los Angeles (c) Soenar Chamid

Tijdens je workshops voor bewegen krijg je alle mensen altijd heel goed mee. Hoe doe je dat?
‘Ik zeg weleens dat ik mezelf zie als de schakel tussen de theorie dat we meer moeten bewegen, en daadwerkelijk ook in beweging komen. Dus probeer ik mensen te laten voelen wat bepaalde bewegingen en houdingen met je doen. Zodat ze voelen: wauw, als ik het zo doe kan ik het wel! En ook maak ik mensen ervan bewust wat bewegen met de cellen in je spieren doet: die vernieuwen zich elke drie maanden, dus in drie maanden tijd heb je bijvoorbeeld een compleet nieuwe biceps. Veel mensen weten dat niet. Die cellen moet je prikkelen, en dat geldt voor je hele lichaam. Ga je door corona veel zitten, dan holt dat lichaam achteruit. Maar als je die spieren daarna weer een prikkel geeft, dan denken die cellen: “Potverdikkie, er gebeurt wat! Ik moet weer sterker terugkomen.” Dat geeft mensen ook weer hoop; als je ouder wordt, en je gebruikt die spieren niet, dan raken de lijntjes van je hersenen naar je spieren op een gegeven moment verstoord, waardoor je bepaalde vaardigheden kwijtraakt. Dus ik leer mensen om dat weer op te pakken, gewoon stukje bij beetje. Mijn stokpaardje is het aanleren van een actieve houding tegenover een inactieve houding: dat je je buikspieren en rugspieren aanspant tot een soort korset. Daardoor kun je weer een stuk zelfverzekerder bewegen. Dat zijn eyeopeners, mensen zeggen na afloop van een workshop bijna unaniem dat ze weer zin hebben om te gaan bewegen en het toe te passen.’

Hoe omschrijf jij een gezonde levensstijl?
‘Ik denk dat mensen van zichzelf vaak wel weten wat een gezonde levensstijl is, maar het ertoe komen om dat toe te passen is het lastige. De grote lijnen zijn natuurlijk minder zitten, meer bewegen, niet roken, matig met alcohol, enzovoorts. Maar ook lekker in je vel zitten, doen wat je leuk vindt, dat is misschien nog wel belangrijker dan dat je op je voeding let. Als jij lekker in je vel zit, kun je het vanzelf ook beter opbrengen om een gezonde levensstijl te volgen. Dan ben je ook mentaal wat weerbaarder. Daarnaast heb ik als vitaliteitcoach geleerd wat de kracht van complimenten geven is: dat weet ik ook van mezelf, in mijn topsportperiode reageerde ik ook niet goed op het confronteren van wat ik niet kon, maar floreerde ik wel op de complimenten over de dingen die ik goed deed. Daar groeide ik van.’

Wat is de meest bijzondere ervaring met een persoon die je geholpen hebt die je bijstaat?
‘Die kracht van het complimenten geven heb ik een keertje meegemaakt. Ik geef ook Train de Trainer-cursussen op mijn beweegpleinen, ofwel Olga Commandeur Pleinen, en dan leg ik ook dit principe uit. Tijdens die cursussen oefenen de cursisten met het bedenken van out-of-the-box-bewegingen en spelelementen waarmee je ouderen leert vaardigheden terug te krijgen. Een keer zat een van de deelneemsters, dus zelf een trainer, op een van de toestellen en deed een beweging, en toen zei ik: “Wauw, wat doe je dat goed!” Ze keek me aan, en de tranen sprongen in haar ogen. Ze zei: “Ik heb nog nooit een compliment gehad over iets wat ik goed deed.” Ik krijg weer kippenvel als ik eraan denk. En dat ze dat zelf zei voor de hele groep, dat was eigenlijk het mooiste.’

Heb jij ook tips voor een goede thuis-work-out in coronatijd?
‘Ik doe trapoefeningen. Dat vind ik een heerlijke work-out, want je beweegt tegen de zwaartekracht in, dat is hartstikke goed voor je botten, je spieren en je conditie. Doordat ik een nieuwe knie heb, mag ik niet meer hardlopen, dus ben ik gaan traplopen. Wij hebben twee trappen in huis van in totaal 28 treden. Die loop ik dan rustig zeventig keer heen en weer. Daar ben ik een uurtje mee bezig. En dan breng ik er allemaal variaties in aan, dat is weer dat speelse element. Ik begin rustig: tien keer helemaal naar boven, en achteruit naar beneden, dat is fijner voor je knieën. Dan heb ik een variant dat ik steeds vier treden omhoogga, en weer eentje omlaag. Dan een variant dat ik met twee treden tegelijk naar boven ga, en vervolgens eentje waarbij ik de ene voet helemaal links zet en de ander helemaal rechts, dus een beetje alsof je in de bergen van steen naar steen gaat. Zo breng ik er allemaal variaties in aan.’

Wat is het belangrijkste dat je aan mensen mee wilt geven?
‘Als je een keertje geen zin hebt om te bewegen, bedenk dan: achteraf ben je altijd blij dat je het hebt gedaan. Daar sluit ik mijn workshops altijd mee af: voel nu eens in je lijf hoe goed je je voelt. Als je beweegt komen de gelukshormonen op gang. Door bewegen voel je je beter!’

Gezondheidsrapport Olga Commandeur
Voeding: ‘Wij eten thuis zoveel mogelijk vers, en we ontzien onszelf niet, dus we eten verse groenten, een stukje vlees, verse vis. Maar wel alles met mate. En er zijn een paar principes, zoals dat we geen tweede portie opscheppen. De tussendoortjes, dat zijn de verleidingen. Als ik bijvoorbeeld om 17 uur boodschappen ga doen en ik heb trek, dan kom ik weer met verkeerde dingen thuis, ligt er weer een zak gesuikerde dropjes in mijn karretje. Als ik dan thuiskom heb ik daar weer spijt van, maar ja, als het er ligt moet het ook in één keer leeg. Het geeft ook weer een enorme kik als je dat soort dingen gewoon niet haalt en ook niet neemt.’
Sport: ‘Ik beweeg veel, maar het zou altijd nog meer kunnen. Ik vind het ook heerlijk om af en toe helemaal niks te doen.’
Psyche: ‘Ik ben hartstikke gelukkig, ik heb twee heerlijke kinderen, een ontzettend lieve man, ik zit zelf lekker in mijn vel, we doen vaak dingen die we leuk vinden. Zelfs nu in coronatijd loop je tegen dingen aan die even niet meer kunnen, maar dat kan ik ook wel redelijk goed relativeren.’

Dit artikel verscheen eerder in GLK!, editie november 2020.

Geef een reactie