Interview Marit Bouwmeester: ‘Vroeger vond ik veel wind heel eng!’

Marit Bouwmeester werd in 2017 uitgeroepen tot de beste zeiler van de wereld. Ze heeft aan drie Olympische Spelen deelgenomen en ook drie keer medailles gewonnen. GLK! sprak met haar over wat er nodig is om als Olympisch kampioen succesvol en ook gelukkig te zijn.

Door Jan Louwers

Jouw liefde voor zeilen is ooit begonnen toen je zes was, in Friesland. Kun je je nog herinneren dat je voor het eerst met water of met een zeilboot in aanraking kwam?

‘Ja zeker! Mijn ouders zijn nou niet bepaald zeilers, maar ze zijn wel heel sportief, ze doen allebei nog steeds aan triatlons en fietstochten mee. We gingen vroeger altijd met een motorboot op vakantie. Mijn broer wilde op zeilles en toen wilden mijn zus en ik het ook. En zo kwam er een hele stoet aan Optimistjes (eenmans zeilboot, red.) achter de motorboot te hangen. Dat was een fantastische jeugd!

Het was heel gaaf dat je als zesjarige zelf een boot mocht besturen en over de Friese meren kon zeilen. En spannend ook. Ik vond veel wind wel heel eng vroeger. Het kwam wel voor dat als er veel wind stond, ik meteen weer terug wilde, nadat mijn ouders me van de kant af hadden geduwd. Wat ze wel heel goed deden, was dat ik in de winter zwembadtraining kreeg: wat doe je als je boot omslaat? Sindsdien is geen golf meer te hoog!’

Marit Bouwmeester (c) Richard Langdon/Ocean Images

Je ouders zijn natuurlijk heel trots op je, maar ik begreep dat ze vooral ook je werk als ambassadeur voor Spieren voor Spieren heel erg waarderen, een goed doel met als missie om alle spierziekten bij kinderen te verslaan. Kun je daar wat over vertellen?

‘Mijn vader vindt het mooi hoe ik strijd en vecht voor een goede sportprestatie, maar hij zegt wel dat hij extra trots is dat ik me inzet voor mensen die het moeilijker hebben. Dat  heeft hij zelf ook altijd gedaan. En Spieren voor Spieren is natuurlijk een fantastisch goed doel dat helemaal bij me past. Ik leer er zelf ook veel van. Hoeveel levensvreugde ik zie bij kinderen die een handicap hebben en hoeveel plezier ze hebben bij wat nog wel kan. Met twee jongens, Wesley en Jay, was ik een dag op Circuit Zandvoort, dat was een fantastische dag. Het zijn gewoon vrienden geworden!’

‘Als je ogen en oren niet op de wind gericht zijn, mis je informatie.’

‘Het gevoel dat je leeft,’ dat heb jij wel eens gezegd over zeilen. Kun je dat toelichten?

‘Het is belangrijk om bij jezelf te rade te gaan, wat wil ik nou eigenlijk? Klinkt heftig, maar wat wil ik dat mensen over me zeggen als ik dood ben? Wat wil ik gedaan en bereikt hebben? Ik denk dat sporters een ambitie hebben, iets nastreven, dat vind ik heel erg gaaf. Voor mezelf had ik de ambitie: ik wil de beste zeilster ooit worden! En daar ga je dan voor, iedere dag, het geeft je energie. Het is een reden om ’s ochtends op te staan. Bij een wedstrijd voel je dan de spanning het sterkst; het gevoel dat je leeft. Maar dat gevoel ontstaat ook alleen maar als je het echt wilt, als je er echt om geeft. Want anders komt er geen emotie. Het is wel fijn als je iets in je leven zoekt waar je hart snel van gaat kloppen.’

Hoe bereid je je voor op een wedstrijd?

‘Tijdens de Olympische Spelen in Tokio ging ik bijvoorbeeld een uur voor de wedstrijd het water op. Dan gaan zowel ik als mijn coach metingen verrichten. Wat voor een dag is het, hoe is de wind en de stroming. Dan maak je een “game plan” voor de wedstrijd. Maar er zijn nog zestig andere meiden die ook een plan hebben. Dus dan komt het er op aan wie het plan het beste uitvoert.’

Het omgaan met veranderingen, is dat een van je belangrijkste kwaliteiten als topzeiler?

‘Je wilt constant in de waarnemingsstand staan. Wat gebeurt er? Wat zie ik? Dat is een lastige balans, analyseren of vertrouwen op je intuïtie. Soms is het je ervaring, soms je onbewuste. Het gaat om de cruciale balans tussen: wat weet je en wat voel je? Je praat jezelf door de wedstrijd heen. De vragen zijn altijd hetzelfde. Waar is de wind, hoe is de stroming? Ik geloof heel erg in routines, zodat je geen stapjes vergeet.’

Marit Bouwmeester (c) Richard Langdon/Ocean Images

Dit klinkt heel analytisch. Is dat ook terug te vinden in de rest van je leven?

‘Ik ben wel echt een waarnemer. De enige constante is verandering. Maar wat je als zeiler heel erg leert is plannen. Dat was vroeger al zo, toen ik school combineerde met topsport. En nu, als er een container met boten naar Australië gaat, daar komt ook een hoop bij kijken. Om het plannen echt los te laten, dat is wel een uitdaging voor mij.’

‘Ik dacht altijd, het gaat om winnen, tweede is de “first loser”.’

Bij de Olympische Spelen in 2016 won je goud, en dit jaar in Tokio won je een bronzen medaille. Hoe kijk jij daar nu op terug?

‘Brons met een gouden randje. Ik dacht altijd, het gaat om winnen, tweede is de “first loser”. Ik vind nog steeds dat het gaat om het winnen. Daarom vind ik het lastig om tevreden te zijn met brons. Maar nu ik ouder word besef ik dat ik alleen kan falen als ik niet daadkrachtig ben. Het was een lastig jaar met veel blessures en ik miste wedstrijdritme. Maar ik heb er alles aan gedaan, en daar ben ik wel trots op.’

Wat zijn nu jouw doelen voor de toekomst?

‘Ik zou heel graag Parijs nog willen doen, de Olympische Spelen van 2024. Maar ik heb drie Olympische Spelen achter elkaar doorgeknald, dus ik ga deze winter even rustig trainen en wellicht werken, zoals bij onze partner Allianz en dan volgend jaar weer vol gas erop richting de Spelen van Parijs! Ik houd van het leven als topsporter en ben dankbaar dat ik dit allemaal mee mag maken. Dat ik elke dag beter kan worden, dat is het mooiste wat er is!’

GLK! richt zich op thema’s als bewegen, voeding en welzijn. Hoe scoort Marit Bouwmeester daarop?
Bewegen
‘Mijn lichaam is mijn motor. Die moet ik zo goed mogelijk maken. Vroeger deed ik veel verschillende dingen, nu ik wat ouder word richt ik me specifiek op wat ik nodig heb voor het zeilen. Daar train ik nu zes dagen per week, twee trainingen op een dag voor om fysiek zo sterk mogelijk aan de start te verschijnen. Ik geef mezelf wel een 10!’

Voeding
‘Ik wil mijn lichaam zo goed mogelijk voeden. Zeilen is echt een duursport, dus je moet zorgen voor voldoende koolhydraten. Op een wedstrijddag plan je maaltijden voor de wedstrijden. Op het water zelf wat gelletjes en repen, het moet allemaal snel. Want als je ogen en oren niet op de wind gericht zijn, mis je informatie. Ik ben heel gedisciplineerd tijdens trainingen, maar op vakantie vind ik het heerlijk om even niet heel erg op de voeding te letten. Ik zou mezelf een 7 geven. Maar tijdens Tokio een 9,5!’

Welzijn
‘Voor 2012 dacht ik: “Als ik goud win, dan ben ik echt gelukkig”, dat geforceerde. Dat heb ik veranderd. Nu denk ik dat als ik gelukkig ben, ik veel meer kans heb om goud te winnen. Ik geloof heel erg in sportpsychologie. Positief blijven denken. Realistisch, maar wel vanuit mogelijkheden. Veel mediteren, om beter te leren concentreren. Een onderdeel van welzijn is ook om als leuk persoon in het leven te staan. Ik vind dankbaarheid wel een mooi woord. Cijfer: 8,5.’

Dit artikel verscheen eerder in GLK!, editie oktober 2021.

Geef een reactie